Historiek van het Mytylinstituut

De aanzet van het Mytylinstituut wordt gegeven in 1960, het jaartal waarin de Stad Antwerpen, onder impuls van de toenmalige Schepen van Sociale Zaken, Dhr. Detiège (vader van oud-burgemeester Leona Detiège) en geruggensteund door Gouverneur Kinsbergen, overgaat tot de aankoop van Villa “Astrid”. Dit was een voormalige schoolkolonie, gelegen in een groene oase van rust, ideaal voor de opvang van kinderen en in schril contrast met de drukte van de stad.
Het is wachten tot in 1964 alvorens de villa haar definitieve bestemming krijgt. Op 1 februari ’64 vinden de eerste 35 motorische andersvalide kinderen er een veilig en verrijkend onderkomen. Het wordt een pracht van een thuishaven voor kinderen met cerebrale parese en andere letsels aan het zenuwstelsel, spieren en gewrichten, die gepaard gaan met bewegingsstoornissen.

Dhr. Detiège
Dhr. Detiège

Op hetzelfde moment wordt ‘villa Astrid’ omgedoopt tot het ‘Mytylinstituut’, kortweg Mytyl, zoals het al vlug in de volksmond genoemd wordt.
De bron van de herkomst van de naam Mytyl is het sprookjestoneelstuk “De Blauwe Vogel” van de in Gent geboren Franse schrijver Maurice Maeterlinck.

In de ‘Mytylscholen’ (naar voorbeeld van onze noorderburen) werken onderwijsspecialisten nauw samen met deskundigen van het medisch - pedagogisch instituut. Ze leggen de nadruk op het maximaal ontwikkelen van alle potentiële en geestelijke vaardigheden. Verder wordt de sociale aanpassing bevorderd, en worden de leerlingen voorbereid op het gezinsleven en integratie in het gewone milieu of op bezigheden in een beschermd milieu, een tekst die stamt uit de allereerste infobrochure, maar nog steeds van toepassing is.

Het echtpaar Bobath
Het echtpaar Bobath
In 1965 schreef het echtpaar Bobath (beiden kinesitherapeuten) haar derde werk en gaan zij officieel de geschiedenis in als de grote auteurs die de essentiële bewegingsstoornissen bij hersenpathalogie heel geduldig ontrafelden en glashelder beschreven.

Het was in datzelfde jaartal dat Bertha Bobath haar therapie uitwerkte, een therapie die heden ten dage, zij het in geëvolueerde vorm, nog steeds gebruikt wordt als leidraad in het Mytyl.

Tot 1999 is er een duidelijk onderscheid tussen het Medisch Pedagogisch Instituut en de beide scholen die verbonden zijn aan het Mytylinstituut. Daar waar het MPI behoorde tot de 11de directie (sociale zaken) behoorde het onderwijs tot de 3de directie (onderwijs), wat administratief een wereld van verschil maakte in een stad zoals Antwerpen. Schepen van Onderwijs, Gilbert Verstraelen (1996 – 2000) zorgde ervoor dat het Mytyl ook administratief één geheel werd en volledig verbonden werd met de bedrijfseenheid onderwijs van de Stad Antwerpen. 
Dit bracht met zich mee dat vanaf dat moment de directeur van het MPI zetelde in de ‘directieraad’ van het buitengewoon onderwijs, de huidige scholengemeenschap BO en dus ook een stem kreeg in het pedagogisch beleid. Dit zorgde dan weer voor een nieuwe ‘kijk’ op de organisatie binnen Mytyl. 

Het millennium werd dan ook een bijzonder jaar. Men hertekende de samenwerking tussen het MPI en het Onderwijs, het begrip leefmoeders deed zijn intrede en de ‘Bobaththerapie’ werd uitgebreid naar de klaslokalen. Ook de ondersteuning die de ‘pedagogen’, lees leerkrachten, mochten ontvangen van de therapeuten werd doelgerichter naar de scholengemeenschap toe. Er werd gestart met een duidelijke taakafbakening, het MPI nam geen orthopedagogen (opvoedkundigen) meer in dienst, onderwijs hield zich afzijdig van therapeuten.
Midden 2002 werd met goedkeuring van Dhr. Luc Tesseur, (bestuursdirecteur bedrijfseenheid Lerende Stad) de samenwerking tussen MPI en onderwijs vastgelegd in het kwaliteitshandboek. Dit is een functieomschrijving voor het MPI, goedgekeurd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, waarin voor de eerste maal in Vlaanderen, ook de samenwerkingsverbanden met de scholen werden vastgelegd.

Rond diezelfde periode maakte het Mytylinstituut ook deel uit van het besparingsplan (het kerntakendebat) van de stad die in financiële moeilijkheden verkeerde. Daar waar de eerste gedachte negatief was wat betreft het behoud van Mytyl, werd, door inspanning van het volledig team, het College en de gemeenteraadsleden tot andere gedachten gebracht en wordt het voortbestaan van onze kleine levensgemeenschap niet langer in vraag gesteld, dixit Burgemeester Detiège bij haar laatste bezoek aan onze school in juni 2002.

Verzekerd van een toekomst blijven wij dan ook doorgaan op de ingeslagen weg, de weg van de eeuwig lerende organisatie, met als centrale plaats in ons hart, onze, wel zeer buitengewone, leerlingen.